datum wijziging 12-4-2018

 

Geschiedenis van de Last Post

Powerpoint
GESCHIEDENIS Last Post.pps
Powerpoint [708.0 KB]
Download (218 downloads)

Protocol Veteranenuitvaart

Veteranenuitvaart

  1. Inleiding:
    1. Deze bijlage is getiteld “Veteranenuitvaart”, maar hetgeen hier is beschreven is ook toepasbaar op uitvaarten van oud-militairen die niet tot de categorie veteranen behoren, maar wel een uitvaart wensen met gepast ceremonieel en betrokkenheid van oud-collega’s. Waar hierna wordt gesproken over “veteraan” kan hiervoor in de plaats ook “oud- militair” gelezen worden.
    2. Deze bijlage heeft niet tot doel om veteranen voor te schrijven hoe zij een uitvaart moeten organiseren. Daarvoor bestaat eenvoudig geen autoriteit. Hetgeen hier is beschreven, beoogt een basis te zijn voor de organisatie van een uitvaart van een veteraan die enig ceremonieel en betrokkenheid van oud-collega’s op prijs stelt. Het kan gezien worden als een opsomming in volgorde van alle mogelijke eerbewijzen waaruit men een selectie kan maken, maar die evengoed ook allemaal kunnen worden toegepast. De wensen van de overledene en de nabestaanden zijn hierbij leidend.
    3. Deze bijlage beschrijft de ceremonie en is geen overeenkomst tussen de nabestaanden en de uitvaartverzorger of de veteranenvereniging. Er kunnen dus geen rechten aan worden ontleend. Het al dan niet uitreiken van de kistvlag, het veteranen-herinneringsinsigne en andere attributen wordt geregeld in een overeenkomst tussen de uitvaartonderneming, de veteranenvereniging en de nabestaanden. Het verdient aanbeveling dit te bespreken voordat de uitvaart plaatsvindt.
    4. Ondanks het gestelde in deze bijlage dient men zich te realiseren dat de uitvaartleider van de uitvaartonderneming verantwoordelijk blijft voor de goede gang van zaken. Hij of zij heeft de algemene regie in handen. Het is daarom van groot belang dat de verenigingscoördinator in nauw overleg met de uitvaartleider het veteraneneerbetoon gestalte geeft.

 

  1. Algemeen:
    1. Voor veteranen bestaat geen uitvaart met militaire eer. Een uitzondering hierop vormt de groep veteranen die Ridder der Militaire Willemsorde zijn en veteranen die drager zijn van een andere dapperheidsonderscheiding. Omdat de nabestaanden vaak te kennen geven, dan wel in de wilsbeschikking door de overledene is opgenomen, toch prijs te stellen op een uitvaart met enig ceremonieel, is het voor hen mogelijk te kiezen voor een uitvaart met veteraneneerbetoon.
    2. Het meest belangrijke is dat éérst overleg met de nabestaanden plaatsvindt, waarbij informatie wordt gegeven omtrent de inhoud van een uitvaart met veteraneneerbetoon en waarna vervolgens het ceremonieel kan worden vastgesteld.
    3. Commando’s en aanwijzingen m.b.t. de handelingen met de kist, worden, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, door de door de veteranenvereniging toegewezen verenigingscoördinator gegeven.

 

  1. Bevelsverhouding:
    De toegewezen verenigingscoördinator is belast met de regeling van het veteraneneerbetoon. Hij pleegt hiertoe overleg met de nabestaanden, de uitvaartondernemer, de veteranenvereniging, de directie van de begraafplaats/crematorium en eventueel de plaatselijke politie.

 

  1. Aanvang veteraneneerbetoon:
    Het eerbetoon kan plaatsvinden nabij of op de begraafplaats, de kerk, het uitvaartcentrum en/of het crematorium.

 

  1. Het veteranengeleide:

Het veteranengeleide, dat bij voorkeur is samengesteld uit veteranen die tot dezelfde eenheid behoorden als de overledene, bestaat uit:

  1. Een veteraan die optreedt als verenigingscoördinator.
  2. De slippendragers. Dit zijn in beginsel vier veteranen, zo mogelijk van gelijke rang of stand als de overledene. De slippendragers stellen zich naast de kist ter weerszijden van het hoofd- en voeteneinde op, in volgorde zoals bepaald bij de dodenwacht. Zie afbeelding hierna.

 

 

  1. De dragers van de kist. Dit zijn in beginsel acht veteranen. Mocht de fysieke conditie van de veteranen het niet toestaan dat zij de kist dragen, dan kan worden gekozen voor de begeleiding van de overledene aan weerszijden van de baar waarbij zij deze voortduwen.
  2. Een tamboer en een trompetter (bij bereden eenheden)/hoornblazer (overige eenheden) kunnen ingedeeld worden.
  3. De kransdragers/bloemendragers.

 

  1. Overige veteranen/militairen:
    Buiten het veteranengeleide maken deel uit van de stoet:
    1. Vertegenwoordigers (deputaties) van eenheden en verenigingen die verzocht hebben de plechtigheid te mogen bijwonen.
    2. Militairen/veteranen die tot de overledene in dienstbetrekking stonden.
    3. Militairen/veteranen die uit anderen hoofde de plechtigheid bijwonen.
    4. Deputatie buitenlandse militairen/veteranen.

 

  1. Tenue:
    1. Tenue militairen: GT3.
    2. Voor KLu geldt: Indien geen verenigingscoördinator, slippendrager of lid van officiële deputatie: DT2.
    3. Tenue veteranen: verenigingstenue.

 

  1. Bewapening:
    Bij een veteranenuitvaart is niemand bewapend.

 

  1. De kist:
    1. De kist kan bedekt zijn met de vlag van de veteranenvereniging of de Nederlandse vlag, waarvan, gezien vanaf het hoofdeinde, het rood rechts, het blauw links van de kist, en de broeking over het hoofdeinde van de kist afhangt; de vlag is geheel uitgespreid en bedekt de gehele kist.
    2. Op het horizontale gedeelte van de vlag zijn achtereenvolgens gerangschikt, gezien vanaf het hoofdeinde:

(1) Het hoofddeksel dat de overledene droeg tijdens zijn actieve periode.

(2) De op een donkerblauw, zwart, bordeauxrood of paars kussen gespelde eretekenen die de overledene gerechtigd was te dragen tijdens zijn actieve militaire periode, maar ook eventueel onderscheidingen die na de actieve dienstperiode zijn uitgereikt.

(3) De sabel, indien de overledene officier of adjudant-onderofficier was.

  1. De kist wordt door de dragers verplaatst dan wel op de baar geplaatst met het voeteneinde in front.

 

  1. De stoet bestaat (in volgorde) uit:
    1. Tamboer. Deze speelt tijdens de verplaatsing de dodenmars op een met zwart doek omklede trom, eventueel vergezeld van een hoornblazer/trompetter die aan het einde van de dienst of op de begraafplaats het signaal Taptoe blaast.
    2. De verenigingscoördinator.
    3. Geestelijke(n).
    4. De kransdragers/bloemendragers.
    5. Kussendrager met onderscheidingen op het kussen.
    6. De kist met de dragers en aan weerszijden de slippendragers; de dragers lopen aan de buitenkant naast de slippendragers als de kist zich nog in de rouwauto bevindt.
    7. De nabestaanden.
    8. Genodigden.
    9. Vertegenwoordigers (deputaties) van (buitenlandse) eenheden.

 

  1. Uitvoering begrafenis:

Dit is een voorbeeld hoe de begrafenis uitgevoerd zou kunnen worden. Afhankelijk van locale omstandigheden, de wensen van de nabestaanden en op aanwijzingen van de uitvaartleider van de uitvaartonderneming kan aanpassing plaatsvinden. De nabestaanden kunnen bijvoorbeeld te kennen geven als allerlaatste het graf te willen verlaten of het vouwen van de vlag pas te laten plaatsvinden nadat zij het graf hebben verlaten, waarbij zij ook niet aanwezig zijn tijdens het neerlaten van de kist.

  1. Het veteranengeleide wordt verzameld nabij de ingang van de begraafplaats.
  2. De verenigingscoördinator gaat hier over tot het formeren van de stoet, zodanig dat bij aankomst de eregroet kan worden gebracht en voldoende ruimte beschikbaar blijft voor het oprijden van de rouwauto en de volgwagens. Alle aanwijzingen en commando’s worden op gedempte toon gegeven.
  3. Op het moment dat de kist door de dragers uit de rouwauto wordt genomen, wordt op aanwijzing van de verenigingscoördinator de eregroet gebracht die eindigt zodra de dragers met de kist hun plaats in de stoet hebben ingenomen. Vervolgens zet de stoet zich op aanwijzing van de verenigingscoördinator in beweging, waarbij de veteranen in langzame pas lopen.
  4. De tamboer, indien aanwezig, speelt gedurende de tocht naar het graf de dodenmars.
  5. Indien vóór de begrafenis een plechtigheid in de aula plaatsvindt, wordt aldaar de muziek beëindigd en halt gehouden.
  6. De tamboer stelt zich terzijde op met het front naar de zijde waarlangs de kist zal worden binnengedragen.
  7. De stoet gaat naar binnen in volgorde van:

(1) De verenigingscoördinator.

(2) De kist met dragers en slippendragers.

(3) Personen en autoriteiten, bedoeld in pt 10 onder c, d, e, g, h en i, en eventueel de kransdragers.

  1. Bij voorkeur gaat de kist met het veteranengeleide door de hoofdingang naar binnen. Mocht dit niet mogelijk of wenselijk zijn, dan gaan zij naar binnen door de daartoe aangewezen ingang.
  2. In de aula wordt de kist op de daarvoor bestemde plaats gezet. De slippendragers en kistdragers nemen plaats in de aula.
  3. Nadat allen in de aula hebben plaatsgenomen, geeft de uitvaartleider/verenigingscoördinator gelegenheid tot het houden van toespraken.
  4. Nadat de plechtigheid in de aula is beëindigd, nemen de dragers en slippendragers hun positie bij de kist weer in, waarna de kist in langzame pas uit de aula wordt gedragen/gereden.
  5. Buiten staat de tamboer gereed in de marsrichting van het graf.
  6. Zodra iedereen de aula heeft verlaten en de plaats in de stoet weer is ingenomen, vervolgt de stoet op commando van de verenigingscoördinator haar weg naar het graf. De tamboer speelt wederom de dodenmars.
  7. Bij het graf aangekomen, wordt op aanwijzing van de verenigingscoördinator de dodenmars beëindigd en halt gehouden; de dragers dragen/rijden de kist naar het graf en stellen zich op de hun aangewezen plaats op.
  8. De slippendragers stellen zich indien mogelijk op enige afstand voor en achter de kist op.
  9. De verenigingscoördinator stelt zich op bij de nabestaanden.
  10. Vervolgens vindt, indien van toepassing, de kerkelijke begrafenis plaats.
  11. Tijdens een gebed nemen militairen het hoofddeksel af. Voor andere geloofsovertuigingen dan het christelijke geloof, kan de dienst Geestelijke Verzorging Krijgsmacht benaderd worden voor aanvullende informatie.
  12. Indien een trompetter/hoornblazer aanwezig is, laat de verenigingscoördinator alle aanwezige militairen en veteranen de eregroet brengen, waarna op aanwijzingen van de verenigingscoördinator het signaal taptoe wordt gespeeld. Vervolgens, zonder nadere aanwijzingen, volgt een minuut stilte. Daarna laat de verenigingscoördinator de militairen en veteranen weer de houding aannemen (de arm gaat naar beneden).
  13. Indien er een vlag over de kist ligt, wordt voordat de kist in het graf wordt neergelaten, de vlag, nadat de voorwerpen zijn weggenomen, door de dragers van de kist genomen en opgevouwen. De overeengekomen attributen worden in een later stadium aan de nabestaanden overhandigd.
  14. Het neerlaten van de kist in het graf geschiedt op aanwijzing van de uitvaartleider waarbij de verenigingscoördinator de aanwezige militairen en veteranen de eregroet laat brengen.
  15. Tijdens het neerlaten van de kist wordt door de tamboer een zachte roffel gespeeld.
  16. Zodra de kist is neergelaten, laat de verenigingscoördinator de militairen en veteranen weer de houding aannemen (de arm gaat naar beneden) en geeft hij gelegenheid tot het houden van toespraken; als een veteraan of militair het woord voert, ontbloot hij zijn hoofd.
  17. Als niet door of namens de nabestaanden een dankwoord wordt uitgesproken, kan dit in overleg door de uitvaartleider of verenigingscoördinator geschieden.
  18. De nabestaanden en (militaire) belangstellenden verlaten het graf.
  19. De aanwezige militairen nemen afscheid aan het graf door front te maken aan het voeteneinde van het graf en gedurende drie tellen de eregroet te brengen. Daarna maken zij links- of rechtsom en verwijderen zich.
  20. Zodra de nabestaanden en belangstellenden het graf hebben verlaten, geeft de verenigingscoördinator aanwijzingen voor het vertrek van het veteranengeleide. Daarbij wordt door de tamboer niet meer gespeeld.
  21. De veteranen nemen afscheid aan het graf door front te maken aan het voeteneinde van het graf en gedurende drie tellen de eregroet te brengen waarna zij zich verwijderen.

 

  1. Uitvoering crematie

Dit is een voorbeeld hoe de crematie uitgevoerd zou kunnen worden. Afhankelijk van locale omstandigheden, de wensen van de nabestaanden en op aanwijzingen van de uitvaartleider van de uitvaartonderneming kan aanpassing plaatsvinden.

Met inachtneming van het gestelde hiervoor in punt 1 t/m 10 en toestemming van de leiding van het crematorium, gelden voor een crematie de volgende bepalingen:

  1. Het veteranengeleide wordt verzameld nabij de ingang/hek van het crematorium.
  2. De verenigingscoördinator gaat hier over tot het formeren van de stoet, zodanig dat bij aankomst de eregroet kan worden gebracht en voldoende ruimte beschikbaar blijft voor het oprijden van de rouwauto en de volgwagens. Alle aanwijzingen en commando’s worden op gedempte toon gegeven.
  3. Op het moment dat de kist door de dragers uit de rouwauto wordt genomen, wordt op aanwijzing van de verenigingscoördinator de eregroet gebracht die eindigt zodra de dragers met de kist hun plaats in de stoet hebben ingenomen. Vervolgens zet de stoet zich op aanwijzing van de verenigingscoördinator in beweging, waarbij de veteranen in langzame pas lopen.
  4. De tamboer, indien aanwezig, speelt gedurende de tocht naar de aula de dodenmars tot aan de ingang van de aula.
  5. De stoet gaat naar binnen in volgorde van:

(1) De verenigingscoördinator.

(2) De kist met dragers en slippendragers.

(3) Personen en autoriteiten, bedoeld in pt 10 onder c, d, e, g, h en i, en eventueel de kransdragers.

  1. Bij voorkeur gaat de kist met het veteranengeleide door de hoofdingang naar binnen. Mocht dit niet mogelijk of wenselijk zijn, dan gaan zij naar binnen door de daartoe aangewezen ingang.
  2. In de aula wordt de kist op de daarvoor bestemde plaats gezet.
  3. De slippendragers stellen zich indien mogelijk op enige afstand voor en achter de kist op.
  4. De kistdragers stellen zich op naast de kist.
  5. De verenigingscoördinator stelt zich op bij de nabestaanden.
  6. Indien opstellen niet mogelijk of wenselijk is, neemt het veteranengeleide plaats in de aula, waarbij rekening wordt gehouden met de positie van de nabestaanden.
  7. Nadat allen in de aula hebben plaatsgenomen, geeft de uitvaartleider/verenigingscoördinator gelegenheid tot het houden van toespraken.
  8. Vervolgens vindt, indien van toepassing, de (kerkelijke) plechtigheid plaats.
  9. Tijdens een gebed nemen militairen het hoofddeksel af. Voor andere geloofsovertuigingen dan het christelijke geloof, kan de dienst Geestelijke Verzorging Krijgsmacht benaderd worden voor aanvullende informatie.
  10. Indien een trompetter/hoornblazer aanwezig is, laat de verenigingscoördinator alle aanwezige militairen en veteranen de eregroet brengen, waarna op aanwijzingen van de verenigingscoördinator het signaal taptoe wordt gespeeld. Vervolgens, zonder nadere aanwijzingen, volgt een minuut stilte. Daarna laat de verenigingscoördinator de militairen en veteranen weer de houding aannemen (de arm gaat naar beneden).
  11. Indien er een vlag over de kist ligt, wordt, voordat het defilé aanvangt, de vlag, nadat de voorwerpen zijn weggenomen, door de dragers van de kist genomen en opgevouwen. De overeengekomen attributen worden in een later stadium aan de nabestaanden overhandigd.
  12. De vlag kan ook na afloop van de plechtigheid, als iedereen de aula heeft verlaten, worden opgevouwen. In dat geval blijven ook de attributen op de kist liggen.
  13. Als niet door of namens de nabestaanden een dankwoord wordt uitgesproken, kan dit in overleg door de uitvaartleider of verenigingscoördinator geschieden.
  14. Nadat de plechtigheid is beëindigd, nemen de dragers en slippendragers, indien zij gedurende de afscheidsceremonie plaats hebben genomen in de aula, hun positie bij de kist weer in, waarna het defilé aanvangt.
  15. De aanwezige militairen en veteranen nemen afscheid aan de voet van de kist door gedurende drie tellen de eregroet te brengen. Daarna maken zij links- of rechtsom en verwijderen zich.
  16. Vervolgens nemen de nabestaanden en belangstellenden afscheid en verlaten de aula.
  17. Als iedereen de aula heeft verlaten, geeft de verenigingscoördinator aanwijzingen voor het vertrek van het veteranengeleide.

 

__

 

______________________________________________________________________________________________________________________________